Op 28 januari 2026 heeft een rechtbank in Den Haag geoordeeld dat de Nederlandse staat de bewoners van Bonaire discrimineert door onvoldoende klimaatadaptatiebeleid te voeren. Volgens de rechter zijn mensenrechten geschonden op grondslag van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (artikelen over privéleven en non-discriminatie), doordat Bonaire tien jaar lang grotendeels werd genegeerd in adaptatieplanning.

Juridische Gronden

De rechtbank baseerde haar uitspraak op schending van:
• Artikel 2 EVRM (recht op leven)
• Artikel 8 EVRM (recht op privéleven)
• Artikel 14 EVRM (non-discriminatie)

Verplichtingen voor de Regering

De uitspraak verplicht de Nederlandse regering om binnen 18 maanden een juridisch bindend plan te formuleren met:

  • Concrete emissiereductiedoelen
  • Adaptatiemaatregelen tegen zeespiegelstijging
  • Bescherming tegen hittegolven
  • Betere watervoorziening en voedselzekerheid

Maatschappelijke Relevantie

Klimaat-, mensenrechten- en bestuursrechtjuristen noemen deze uitspraak richtinggevend voor:
• Toekomstige klimaatburgerzaken
• Staatsaansprakelijkheid voor klimaatinactiviteit
• Bescherming van eilandbegroepingen
• Rechtsbescherming in de Nederlands-Caribische gebieden

Bronnen: Rechtbank Den Haag, EVRM, Nederlandse regering, klimaatjuristen